Type I, type IIa en Type IIIa is een pdf-bestand met tekeningen van buitenkant en interieur van een dergelijke station. Het bestand is te downloaden vanaf de Bottwartalbahn vereniging.
Württembergse Standaard Stations zijn allemaal (een kleine 60) gebouwd door één opdrachtgever (met aantal private maatschappijen erom heen). Al die stations en spoorlijnen zijn in amper 20 jaar gerealiseerd, in grote haast om het land op te stuwen in de industriële revolutie (voorafgaand aan WO-I), dus door standaardisatie, en om geld te besparen zijn lijnen vaak als smalspoor uitgevoerd, maar voorbereid op normaalspoor. Zo werden stations, bruggen en tunnels alvast gemaakt voor normaal spoor opdat dit dan later alsnog simpel kon.
En daarom werd bouwmateriaal uit de directe omgeving gebruikt, want dat was toen goedkoper. Het ging bijvoorbeeld om sparrenhout waarvan schindels (spanen) werden gehakt, om de muur mee te stuken, en het dak te bedekken, en daardoor kregen al deze gebouwen een soortgelijke, regionale chalet stijl in het Zwarte Woud.
Juist door die uitstraling werd ik nieuwsgierig, want deze stations leken sprekend op een ander station, wat ik wel kende, aan een smalspoorlijn in Zwitserland (St. Niklaus, Vispertal), ook met regionaal materiaal gebouwd, maar ander materiaal, en toch in dezelfde bouwstijl.
Daarna pas bleek dat er ook andere stations in nog weer andere regio's (Saksen, Lotharingen) ook met eigen regionaal gewonnen bouwmateriaal, ook weer zo'n zelfde bouwstijl hebben, al dan niet gebouwd aan smalspoorlijnen, en zelfs in Vlaanderen kwam deze bouwstijl ooit voor.
Normaalspoor werd het smalspoor zelden, omdat een trein die soms maximaal 20 kilometer per uur kon rijden, en op een steil (tot 4%) en bochtig traject niet kon concurreren met de auto. Veel van die lijnen zijn later verbust en tot lange afstandsfietspad omgetoverd, en enkele worden door hobby verenigingen in stand gehouden of weer hersteld.
Allerlei merken bouwden modellen die op deze stations leken: Faller, Plastoy, Pola, Vau-Pe, Kibri, Noch, Topmodell.
Sommige lijken echt op bestaande stations, anderen maar een beetje. Faller maakte de meest fantasierijke modellen, d.w.z. zelfs modellen zonder bovenverdieping. Zelfs, want toen deze stations gebouwd werden, was dat niet ten behoeve van de passagiers, maar bedoeld als woonruimte voor het bedienend personeel (stationchef, rangeerder, e.t.c.), en als onbelast extraatje bovenop het salaris. Een stationsgebouw zonder bovenverdieping, daar kon je niets mee.
In de modelbouw wereld geven veel mensen juist wel de voorkeur aan een station zonder bovenverdieping. Waarom? Geen idee. Misschien associëren mensen tegenwoordig zo'n bovenverdieping als pontificaal, in de trant van daar zal wel een hele stad bij moeten horen, en die ruimte ontbreekt.
Maar nee, kijk je naar het grootspoor, dan stonden deze stations juist vaak in the middle of nowhere in de buurt van een enkele hoeve of een paar schuren.